Hoe staat de (bouw)conjunctuur er momenteel voor?

03/09/2019

Bouwconjuctuur in Nederland

Hoe staat de (bouw)conjunctuur er momenteel voor?
In augustus publiceert het Centraal Planbureau (CPB) traditiegetrouw het concept Macro Economische Verkenning. De hieruit voortkomende cijfers worden elk jaar door het kabinet gebruikt voor de ontwerpbegroting voor het aankomende jaar. Hoe staat de Nederlandse (bouw)conjunctuur er momenteel voor? Zo aan het einde van de ‘Bouwvak’ maken we de balans op.

Vertraging van groei

Het CPB is duidelijk in haar boodschap: het omslagpunt van de conjunctuur ligt achter ons, de vaart is uit de economische groei. Waar in 2018 nog een economische stijging van 2,6% werd opgetekend, komt het groeicijfer voor 2019 waarschijnlijk uit op 1,8%. Volgend jaar vertraagt de groei verder en komt uit op 1,4%. De belangrijkste reden van de terugval is ‘de gure wind uit het buitenland’. De export lijdt onder internationale onzekerheden zoals de handelsoorlog van de VS en de Brexit. De Nederlandse economie moet het hebben van de binnenlandse bestedingen. In dat kader is het positief dat de gemiddelde koopkracht ook volgend jaar groeit (1,2%).

Vele factoren

Ligt er een recessie op de loer of is dit een terugkeer naar een normale groei? Dat is de vraag die de vertraging bij veel economen oproept. Een belangrijke indicator voor de economische ontwikkelingen op de korte termijn zijn het consumentenvertrouwen en het producentenvertrouwen. Deze noteren beide nog een stand die boven het langjarige gemiddelde ligt. Het gaat in dit kader uiteraard met name om hoe deze indicatoren zich de komende tijd zullen ontwikkelen. Dit is van vele factoren afhankelijk. Zo gaat het bijvoorbeeld al geruime tijd niet goed met de Duitse industrie, wat de Nederlandse economie (en het sentiment) negatief kan beïnvloeden. Daar staat bijvoorbeeld tegenover dat de Europese Centrale Bank (ECB) er op hint om de rente nog verder te verlagen om zo de economie te stimuleren.

Woningbouw: daling vergunningen

Voor de bouw- en installatiesector zijn de ontwikkelingen op de woningbouw- en utiliteitsbouwmarkt van groot belang. De woningbouw was lange tijd de motor achter de groei van de gehele bouwproductie. De vergunningverlening voor nieuwe woningen stokt op dit moment echter. In het tweede kwartaal van 2019 werd slechts
voor 12.800 nieuwbouwwoningen een vergunning verleend. Dat is het laagste aantal in drie jaar tijd. Daar staat tegenover dat het tekort en daarmee de vraag op de woningmarkt zeer groot blijft. Doordat het aantal woningverkopen al enige tijd daalt, zakt inmiddels wel ook de waarde van de vergunningverlening voor de renovatie van woningen.

Utiliteitsbouw: verder herstel

De utiliteitsbouw laat juist een ander beeld zien. De waarde van de vergunningverlening bevond zich daar van 2013 tot eind 2016 rond het historische lage niveau van € 3 miljard. In 2019 is het voortschrijdend jaartotaal dankzij een aanhoudende stijging inmiddels opgelopen naar € 4,5 miljard. De vergunningverlening voor de renovatie van utiliteitsgebouwen verloopt al lange tijd stabiel. Er is sprake van overcapaciteit in een aantal markten (voornamelijk kantoren en winkels). Een belangrijke kanttekening is dat de groei in de utiliteitsbouw vooral komt vanuit de industrie. Deze sector is vatbaar voor tegenslagen vanuit de internationale economie. De bouw voor de industrie daalt sterk tijdens een recessie. Een andere drager is echter de transportsector (distributiecentra) die door de sterke groei van de online economie waarschijnlijk ook tijdens een recessie zal doorgroeien.

Positieve ontwikkeling installatiebranche

Al met al wordt voor 2019 verwacht dat de totale bouwproductie met zo’n 5% zal stijgen. Hoe presteert de installatiesector dan binnen dit alles? In 2018 steeg de omzet van installatiebedrijven met 8,8%. Het eerste halfjaar van 2019 bevinden zich zelfs boven dit niveau met stijgingen van 12,2% en 9,7% in respectievelijke het eerste en tweede kwartaal van het jaar. De monitor Bouwketen – voorjaar 2019, van het EIB laat bovendien positieve cijfers en verwachtingen zien. De werkvoorraad van installateurs bevindt zich op 7,6 maanden werk. Dat is iets minder (0,3 maand) dan in de najaarsmeting van het instituut, maar desondanks is de portefeuille nog altijd historisch goed gevuld. Per saldo verwacht ongeveer vier op de tien installatiebedrijven meer personeel aan te trekken en een hogere omzet te behalen. 

Goed perspectief voor installateurs

De verwachting is dat de installatiesector ook op de middellange termijn goed zal blijven presteren. De groeiende bouwproductie is hier debet aan. Daarnaast heeft installatietechniek een steeds groter aandeel in de woningbouw, utiliteitsbouw en industrie. Deze zogenoemde installatiequote ligt vaak al boven de 50%, waardoor de rol van installateurs in het bouwproces toeneemt. Bovendien spelen installateurs een sleutelrol in de energietransitie. Deze ‘grootste naoorlogse verbouwing van ons land’ brengt veel werk voor de installatiesector zich mee. Dit blijft een enorme motor achter de installatiebranche, ook in laagconjunctuur. De belangrijkste uitdaging om daadwerkelijk van deze grote groeikans te profiteren lijkt op dit moment het tekort aan vakkundig personeel.